Tussen spotlicht en coulissen

Het was avond. De st. Petrusklokken luidden het zevende uur. Bij de voordeur van de bibliotheek wachtte Romijn op zijn gasten. Het waren lieden die functies bekleedden in de politiek, de pers, maatschappelijk werk, onderwijs en cultuur. Het waren schrijvers, kunstenaars, muzikanten. Ieder van hen was gekomen om zijn eigen netwerk te vertegenwoordigen. Enkelen leken naar deze avond te verlangen. Anderen leken zich juist te willen verzetten, zijn bedoelingen zelfs te vrezen. Romijn gaf hen de hand. Zijn linkerhand. Hij wees hen de weg naar zijn werkkamer die ingericht was als een gezellige huiskamer. Daar stonden zijn rechterhanden klaar. De eerste was Fatma, die hen uitheemse gerechten serveerde en ze liet plaatsnemen op haar bankstel.

De camera liep, Romijn stond in het spotlicht en kuchte. Voor hem stonden allerlei belangen af te wachten. Bijgelicht door kunstlicht verkondigde hij zijn boodschap van verbinding. In de coulissen hoorde ik een man fluisteren dat hij al verbinding had, namelijk met zijn eigen vrienden. De tijd was aangebroken voor Romijns rechterhanden.

Vanuit de schaduw stapte een man met een rode gevlochten baard. Zijn naam was Bas van de Biggelaar. Hij vertelde zijn verhaal over hoe hij samen met de drie Tunnelvision-mannen ouderen uit Selissenwal bijeen had gebracht. Hij had hen laten kiezen tussen graffiti-ontwerpen voor het trafohuisje. Bas toonde zijn film waarin bewoners te zien waren die praatten over het leven, schoonheid en andere dingen die hen bezighielden. Hierna kregen de afgevaardigden de kans vragen te stellen. Ondertussen voerden de gasten in de huiskamer verbindende gesprekken.

Daarna betraden nog wat andere rechterhanden van Romijn het toneel. Matthijs Bosman bijvoorbeeld, die vertelde over zijn plannen met de Kleine Aarde. Trudy van Rooij vertelde over haar gereedschap en illustreerde dat met haar verhaal. Uiteindelijk was het de beurt aan Marina van Dalen. Na haar toespraak gebeurde het. Zij stelde haar vraag: ‘Hoe kan ik de Witte Zusters helpen?’. Vanuit verschillende disciplines kreeg ze direct originele ideeën. Iemand riep zijn financieel advies. Ze bloosde.

Aan het einde van de avond werden de glazen nog eens bijgevuld voor de gasten die waren blijven plakken. Zoals dat gaat kwamen toen pas echt de goede gesprekken. Kunstenaars, instanties en zzp’ers wisselden van gedachten en maakten voorzichtige plannen. Ook de fluisterende man van het begin zat er nog. Hij genoot zichtbaar. Ik vroeg hem naar zijn oordeel van de avond en de cultuurverbinder. ‘Honderdprocent veranderd,’ verzekerde hij me. Hij keek met ontzag naar de kunstenaars die bij hem aan tafel zaten, en die onder zijn ogen een creativiteitsbom lieten ontploffen. Bij het naar buiten gaan vroegen zij: ‘Wanneer weer?’ .

| Trudy van Rooij-van Mil

Reageren

Heb je een vraag of een reactie op deze blog?

06 515 377 90

Of stuur een bericht